Anonieme getuige 1, België

“Drie keer reed ik het blokje om: ga ik nu weg of niet? Ik deed het”

De eerste keer dat ik slaag kreeg, dacht ik: ik moet hier weg! Alles was net geregeld voor het huwelijk. Ons sprookje - huisje, tuintje, kindjes - kon en wou ik niet op het spel zetten … En toch wist ik toen al dat onze relatie fout zat. Ook mijn vader had me gewaarschuwd, maar ik wou niet luisteren.

Hij was mijn derde vriend. Derde keer, goede keer, dacht ik. Ik heb me 500 procent gegeven in die relatie. Ik wou deze keer niet falen. Ik hield van hem, en ergens doe ik dat nog altijd. Want ik heb óók zijn andere kant gezien: de behulpzame, lieve man die hij kon zijn.

Hij was ook heel charmant, een muzikant, altijd in voor een feestje. Maar thuis was het helemaal anders... Ik werd verliefd op hem omdat hij zo’n open geest had, maar zodra we gingen samenwonen moest ik van hem ‘de vrouw aan de haard’ worden.

Ik dacht veel na over onze relatie: hoe was het zover kunnen komen? Had ik er zelf een aandeel in? Ik hoopte dat het zou veranderen. Sprak er ook met anderen over. Blijkbaar zaten veel mensen in zo’n relatie en was dat ‘de norm’?

Ik probeerde open met hem te communiceren. Al lachend kaartte ik soms iets aan, wat hij dan verkeerd opnam. Vooral als hij gedronken of drugs genomen had. Het ontaardde dan in roepen en tieren, verwijten, en soms ook klappen.

Eén keer was het echt serieus. Op café kregen we ruzie over zijn trui die hij kwijt was en die ik van hem moest gaan zoeken. Ik was aan het dansen en zei dat hij dat zelf ook kon. Hij werd ambetant. Ik ben naar huis gereden en liet hem daar achter. Ik sliep al toen hij thuiskwam. Hij maakte mij wakker, sloeg en stampte mij. Toen ik ’s morgens opstond, kon ik niet meer zitten. Ik vroeg hem: “Wat heb jij gedaan?” “Ik heb niks gedaan,” zei hij, “jij beeldt je dat allemaal in.”

Nooit heeft hij voor het geweld verantwoordelijkheid genomen. Het was altijd mijn schuld. En op de duur geloofde ik hem! Ik had volgens hem ook een te grote mond en mocht alleen maar luisteren.

Ik was ook bang om na het werk naar huis te gaan: wat zou het nu weer zijn? Maar soms ging het ook een tijdje goed en dan geloofde ik weer in onze relatie. Tot er ineens weer problemen waren en alles opnieuw begon. Voor mij kon het zo niet verder. Ik kon niet meer ademen.

Ik heb geprobeerd samen met hem een oplossing te zoeken voor onze problemen. Ik zou even bij een vriendin gaan wonen en zien hoe het tussen ons verder kon. Maar dat wou hij niet. Hij zette me op straat. Drie keer ben ik met mijn fiets het blokje om gereden: ga ik hiermee door of niet? Ik heb het gedaan.

Ik heb daarna nog een keer geprobeerd een gesprek aan te gaan. Hij lag te wenen in de zetel, en eigenlijk maakte me dat blij. Hij had dan tóch gevoelens. Hij hield tóch van mij. Ik besef nu dat hij ook zijn moeilijke jeugd wellicht nooit heeft verwerkt.

Nooit hebben mijn buren of vrienden gevraagd wat er scheelde, of ze iets konden doen. Zelfs mijn huisdokter niet. Iedereen wist het nochtans, dat kon niet anders. Was er toen maar iemand tussengekomen, dan het was misschien nooit zo afgelopen. Maar veel mensen staan daar niet voor open, zijn bang om zelf in de klappen te delen ...

Nadat ik was weggegaan, ging ik bij een vriendin inwonen, maar het was financieel heel moeilijk. Toen belde gelukkig mijn vader dat hij mij wilde ondersteunen. Maar ondertussen was ik kapot, mezelf niet meer. Al onze vrienden hadden ook zijn kant gekozen. Ik was “zot”.

Ik wist ook niet wat ik nodig had. Ik heb nooit contact gezocht in het reguliere circuit, met het CAW of met een therapeut. Ik had schrik dat ze mij pillen zouden geven of zouden denken dat ik gek was. Maar ik moest wel een oplossing vinden om me weer beter te voelen. Als ik bedacht wie ik vroeger was: goed in mijn vel, veel power ...

Ik hou erg van muziek en dans. Zo kwam ik bij Agape terecht, een Centrum voor therapie, training en opleidingen in lichaams- en ervaringsgerichte psycho-therapieën. De therapeuten daar zijn ervaringsdeskundigen. Ik kon er mijn verhaal kwijt. Ze leren je emoties te tonen, je zelfrespect terug te vinden. Ik ga er nog altijd naartoe. Het is echt een thuis geworden. Ik sport ook weer, heb opnieuw een eigen stek en kan weer slapen zonder angst.

Ik heb nog twee korte relaties gehad, maar dat was niet wat ik wou. Ik ben voorzichtig geworden. Ik kan niet meer zomaar iemand toelaten. Als er een nieuwe man in mijn leven komt, zal het helemaal goed moeten zitten. En voorlopig voel ik mij ook prima zonder partner.

Charmaine Fortuin, 44 jaar, Zuid-Afrika

Charmaine groeide op in een arme wijk aan de rand van Kaapstad. Als jonge vrouw volgde ze haar toekomstige echtgenoot en de vader van haar twee kinderen naar het platteland (Klapmuts). Toen ze er aankwam was ze werkloos en hoewel ze genoot van de rust in het kleine stadje, was ze vaak alleen.

"Mijn relatie was gewelddadig, maar ik praatte er met niemand over. Op mijn 21ste verjaardag kwam mijn vriend thuis en sloeg me zonder waarschuwing zo hard dat ik van de trap viel. Het geweld ging de hele nacht door en mijn verjaardag werd nooit gevierd.
Telkens mijn man me sloeg, bleef ik gekneusd en gebroken achter. Maar na elke gewelddadige uitbarsting nam hij me mee uit of gaf hij me chocolade en voelde het weer goed. Ik geloofde in die tijd zelfs dat zijn meppen en slagen een vorm van liefde waren.
Op een dag werd het me te veel. Nadat mijn vriend me voor de zoveelste keer een mep verkocht, nam ik een keukenmes en stak hem tweemaal in de schouder. Een heel bloederig incident dat ons beide zwaar choqueerde.

Een tijdje later wandelde ik langs een parkje in Klapmuts. Ik ontmoette er één van de medewerkers van Women on Farms Project. Eerst dacht ik dat ze personeel zocht; mensen kwamen altijd aangereden met ‘bakkies’, op zoek naar tijdelijke werkkrachten. Maar toen begon ze te spreken over vrouwenrechten. Ze sprak ook over vrouwen die mishandeld werden. Er ging bij mij een belletje rinkelen.
Ik begon meer samenkomsten en workshops van WFP bij te wonen. Ik was jong, had net mijn tweede kind gekregen – ik besefte niet dat het fout was dat mijn man me sloeg. Maar ik was leergierig en leerde over wat de wet zei over die dingen.
Soms komt er een moment dat je de nood voelt om te spreken. WFP creëerde die ruimtes. Tijdens de workshops konden we samen wenen, lachen, en onze gevoelens vrijlaten.
In het begin sprak ik thuis niet over de trainingen. Ik liet pamfletten over huiselijk geweld achter op de keukentafel en andere plekken in het huis. Als ik thuiskwam, trof ik mijn man vaak aan terwijl hij de pamfletten aan het lezen was. Toen al merkte ik dat het geweld verminderde. Op een dag begon hij een gesprek over de trainingen van Women on Farms. Het was een doorbraak in onze relatie. We konden voor de eerste keer openlijk praten over wat er aan de hand was. Door de workshops voelde ik me gewapend genoeg om hem duidelijk te maken dat ik zijn gedrag niet meer zou aanvaarden. Na het gesprek stopte het fysieke geweld onmiddellijk.

Het is een miraculeus verhaal, maar ik zou nog steeds in dezelfde gewelddadige situatie leven als Women on Farms me niet had geholpen. Nu kan ik met mijn man praten. Nu hebben we normale meningsverschillen, zoals elk ander getrouwd koppel. Weet je… over de kinderen, en zo, maar we vechten niet meer. Ik leer mijn kinderen om nooit misbruik te tolereren.

Ik heb school niet afgemaakt. Ik was niet ongeschoold, maar over de wereld wist ik weinig. Zie je, soms blijf je in je schulp zitten. Als je elke week geslagen of uitgescholden wordt, word je bang. Door WFP werd ik me meer bewust over het feit dat ik niet de enige ben met een probleem. Nu help ik ook andere vrouwen in mijn gemeenschap. WFP maakte het mogelijk dat ik een training rechtsadvies volgde.
Daardoor kwam ik in aanraking met het opvanglokaal voor slachtoffers op het lokale politiekantoor in Klapmuts. Daar sta ik jonge vrouwen en meisjes bij die slachtoffer geworden zijn van verkrachting en misbruik. Binnen de gemeenschap werd mijn huis een vluchthuis voor vrouwen met gewelddadige partners."

Anonieme getuige 2, België

“Ik legde schuld bij mezelf”

Hoe gewelddadig was jouw relatie?
Het ging nooit over fysiek geweld, wel psychisch. Ze belaagde me continu en perkte me in. Ik kon mezelf niet zijn. Mijn vrienden, familie en de dingen waar ik plezier aan beleefde, lagen onder vuur. De kritiek was soms zo scherp, dat ik uiteindelijk geen moeite meer deed. Zo slaagde ze erin een wig te drijven tussen mij, mijn ouders en een deel van mijn broers en zussen. Ik kon voor die vrouw nooit iets goed doen. Wat ik deed voor de kinderen, was nooit goed genoeg. Ze viel heel mijn persoonlijkheid aan. Psychisch geweld is zo ondermijnend dat je het niet door hebt en er bovendien geen verweer tegen hebt. Ik legde de schuld bij mezelf. Ze wou mij volledig destabiliseren.

Waren er in het begin van jullie relatie al signalen van geweld aanwezig?
Ze had veel nood aan zelfbevestiging. Ik moest constant complimentjes geven. Ze gunde mij geen geestelijke vrijheid. Als ze voelde dat ze de controle verloor, werd ze totaal onberekenbaar. Dit proces was van in het begin van onze relatie aanwezig. Het heeft alleen tot twee jaar geleden geduurd voordat ik het besefte, omdat het allemaal heel subtiel was.

Hoe is het geweld gestopt?
Eind vorig jaar heb ik een wanhoopsdaad gepleegd. Het gebeurde impulsief, nadat ik met bevriende collega’s over de situatie had gepraat. Ik besefte dat er iets ernstigs aan de hand was en heb onmiddellijk mijn huisarts aangesproken. Vanaf dan escaleerde het geweld. Verschillende keren zei mijn ex-vrouw dat niet zij maar ik het probleem was en dat ik naar de psychiatrie moest.

Wat zeiden de mensen rondom jou?
Er was veel verbijstering en ongeloof. Veel mensen dachten dat ik wel iets verkeerds had gedaan. Ik begrijp het wel. Het is een charismatische vrouw. Ze heeft een betoverende kracht en kan goed manipuleren. Ik ben zelf zestien jaar in de val gelopen en kan het anderen dus niet kwalijk nemen, maar het kwetst wel.

Hoe toon je partnergeweld aan?
Een blik of een schouderophaling, hoe kan je dat bewijzen? De politie heeft verschillende interventies gedaan en onderzoeken ingesteld, maar er zijn nooit zichtbare misdrijven gepleegd. Alles wordt gebagatelliseerd en dat is kwetsend. Als man heb je een streepje achter, want geweld op mannen blijft een taboe. Veel mannen slikken het in en houden het verborgen. Het blijft een gevecht om als man geloofd te worden.

Wat wil je aan anderen meegeven?
Zit je in zo’n situatie, dan moet je er mee naar buiten komen. Het is een samenloop van omstandigheden, waar je enkel uit kan geraken door hulp te zoeken. Het is pas als je alles in zijn geheel ziet, dat je beseft hoe destructief het proces is.

Denk je aan de toekomst?
Ik maak me zorgen om de kinderen. Geweld wordt vaak van generatie op generatie overgedragen. Wat als de echtscheiding rond is en ik niet meer als doelwit dien? Op wie zal mijn ex zich dan afreageren? Ik ben echter niet pessimistisch. Ik denk dat we hier versterkt kunnen uitkomen. Materieel ben ik beroofd, maar ik red het wel. Psychisch ben ik ernstig beschadigd. Momenten van geluk wisselen af met momenten van intense woede en verdriet. Alsof ik in een rollercoaster zit. Gelukkig heb ik een goede therapeut die me begeleidt. Al vraag ik me wel af hoeveel tijd het kost om te herstellen en klaar te zijn voor een nieuwe relatie.

Anonieme getuige 3, België

“Ik weet dat het vroeg of laat altijd weer misloopt”

We hadden het vroeger heel goed samen. Ik was zo verliefd. Hij had geld en mogelijkheden en hij was heel lief voor Ronny die nu 9 is. Maar na een tijdje zag ik in dat hij nog zo jong en onverantwoordelijk was, nog een echt kind. Ik heb de relatie dan maar beëindigd en ben weer verhuisd met Ronny.

Hij was daar heel ongelukkig en boos om. Hij heeft mij verschillende keren geslagen en geduwd en soms heel hard. Ik ben toch al een paar keer naar de spoed moeten gaan.

Toch kan ik hem niet vergeten. Ik laat hem ook altijd weer binnen. Soms roept Ronny dan dat ik hem niet mag binnenlaten en gaat hij voor de deur staan. Maar het is sterker dan mezelf. Het is met mijn inkomen toch ook wel heel moeilijk om rond te komen en hij helpt dan nu en dan wel even. Dan gaat het weer even goed. Maar ik weet dat het vroeg of laat altijd weer misloopt. Die angst blijft …

Jane, 31 jaar, Zuid-Afrika

We ontmoetten Jane op een activiteit over familiaal geweld, georganiseerd door Women on Farms Project. Ze deelt haar verhaal met ons.

“Wij vrouwen worden echt slecht behandeld in dit land; in de wijken, op het werk,… overal. Wij, vrouwen mogen niet uitspreken wat ons echt dwars zit. Men denkt dat er niets goeds kan komen uit de mond van een vrouw. WFP treedt tegen deze vormen van ondermijnen op. Daarom ben ik vandaag hier.
Toen ik nog getrouwd was, heb ik heel wat moeten doorstaan binnen mijn relatie. De vader van mijn kind wilde zich niet settelen en leefde het leven van een dronkaard. Hij ging vaak uit. Ik hoorde dan bijvoorbeeld twee dagen niets van hem. Als hij dan eindelijk terug thuis kwam en ik vroeg hem waar hij geweest was, begon hij me te slaan, tegen me te roepen en met me te vechten. Mijn ex-man mishandelde me emotioneel en fysiek. Hij viel me in het openbaar lastig, hij beledigde me waar de baby bij was.

Als er iets gebeurde ging ik naar de politie om het aan te geven. Ze ondernamen geen verdere stappen. Niets deden ze. De politieagenten namen me niet serieus. Dan ga je terug naar huis. Ze laten mannen die hun vrouwen mishandelen gewoon doen.

Gedurende drie jaar heb ik dit doorstaan. De laatste keer had hij een mes genomen waarmee hij me wilde steken. Toen zei ik: 'Dit is het einde. Hij vermoordt me nog.’ We zijn 4 jaar samen geweest.

Door die ervaring ben ik mannen in mijn leven beginnen haten. Ik weet niet of ik ooit nog zal trouwen. Ik denk dat ik liever een alleenstaande moeder blijf. Ik woon in Johannesburg en werk in een casino. Ik houd contact met mijn ex. Kort na de scheiding hielp mijn ex me wel om onze zoon naar school te brengen en op te halen. Maar hij werd nalatig en klaagde steeds maar als ik hem vertelde dat ik iets nodig had voor onze zoon: schoolgeld, of geld voor kleren of eten. Hij had het niet, zei hij me. Hij hielp niet genoeg om voor onze zoon te kunnen zorgen.

Sinds kort woont mijn zoon bij mijn moeder in Kaapstad. Ik werk heel hard nu in het casino. Het liefst wil ik dichter bij mijn zoon zijn. Hij is nu zes en ging al bij mijn moeder wonen sinds hij 4 jaar was. Ik mis hem heel erg – hij heeft de liefde van een moeder nodig.”

Anonieme getuige 4, België

“Hadden we elkaar maar nooit ontmoet”

Ik ontmoette mijn vrouw 14 jaar geleden in El Salvador. We trouwden en trokken naar Nederland, haar gedroomde paradijs. Maar terwijl ik een goedbetaalde baan had, lukte het haar niet om een carrière op te bouwen. Dat maakte haar jaloers.

Misschien is ze gewoon eenzaam, dacht ik toen nog naïef. We besloten aan kinderen te beginnen. Dat maakte haar eerst opnieuw lief en zorgzaam. Maar de ongelijkheid in onze relatie begon haar steeds meer te ergeren. Ik was zogezegd degene die haar plannen dwarsboomde en daarvoor moest ik boeten. Zei ik iets dat haar niet zinde, dan vielen er klappen. Soms ging het er hard aan toe: ze beet me, gooide met voorwerpen, bedreigde me met messen en probeerde me te wurgen.

Haar jaloezie en verlatingsangst namen krankzinnige vormen aan. Wanneer ik in de tuin een sigaretje ging roken, beschuldigde ze me van het bespieden van de buurvrouw. Naar vergaderingen mocht ik niet meer, omdat ik volgens haar verschillende affaires had. Ik werd regelmatig gedwongen tot seks.

Ik belde verschillende keren de politie. Maar dat hielp niet. Mijn vrouw ontkende alles en deed poeslief tegen de politie. Het enige effect van al die meldingen was dat onze kinderen uit huis werden geplaatst. Dat maakte mijn vrouw nog gekker.

Lange tijd voelde ik me door niemand begrepen. Uiteindelijk ontmoette ik een maatschappelijk werkster die zei dat het zo niet langer kon. Zij wees me de weg naar de mannenopvang. Als de opvang er niet was geweest, was het wachten geweest op een dramatisch einde. Of zij had me vermoord of ik haar.

Bron: Mannenopvang Magazine, no. 01|2015

Gloria Kente, 53 jaar, Zuid-Afrika

“Mijn ex-man was gewelddadig. Toen de kinderen nog klein waren en mijn man sloeg me, renden ze ontredderd achter me aan: ‘mama, mama’. Eens hij ook aan de kinderen begon te raken, besloot ik uiteindelijk om de relatie op te geven.

Het was zo’n fijne man toen ik hem leerde kennen. Maar als hij begon te drinken veranderde hij. Hij heeft geen gemakkelijke jeugd gehad. Zijn tante, bij wie hij opgroeide was hard voor hem. Ze liet hem als kind de vloeren schrobben en hard werken. Als hij onze kinderen zag zei hij: ‘ze zijn als prinsen’. Maar waarom zou ik hen moeten behandelen zoals hij werd behandeld? Hij werd erg boos als hij begon te drinken. Eén van de laatste keren dat hij me had mishandeld, ging ik naar het ziekenhuis voor een vaststelling en gaf ik het aan bij de politie. Ik vroeg een beschermingsorder (*) aan en hield dat goed bij.

Een tijdje later kwam mijn ex op een avond laat thuis terwijl ik al sliep. Ik hoorde gekreun en geroep. Het was de stem van mijn man ‘uhu uhu, je hebt me gestoken’. Ik stond op om te kijken wat er gaande was. Ik zag alleen mijn oudste dochter. Ze bloedde en jammerde. Ze deed de diepvrieskast open om ijs te nemen voor de wond. Ik verzorgde haar. Ze vertelde me dat ze aan tafel zat te studeren toen er op de deur werd gebonsd. Ze had de deur opengemaakt en haar vader had haar bij het binnenkomen met zijn vuist geslagen. Daarop had mijn dochter een glas genomen, dat hem had opengehaald aan zijn middel. Mijn ex had weer eens gedronken en hij dacht dat ik die deur zou openmaken, wat zijn gewelddadige entree verklaart.

Hij snelde onmiddellijk naar de politie die hem naar het ziekenhuis stuurde. Hij kwam terug met een lange genaaide wonde en zei niets. Die dag ging ik werken, hij bleef thuis. ’s Avonds werd er op de deur geklopt. Het was de politie: ‘we zoeken Sukisu’ (onze oudste dochter). Ze studeerde wiskunde en zat midden in de examens. ‘Je man en je dochter hadden afgelopen nacht een dispuut.’ Ik zei tegen de politie dat ík het was die met mijn man had gevochten. Ze arresteerden me en namen me mee naar het politiekantoor.

Daar vertelde ik dat ik ook een zaak had lopen tegen mijn man. De politiemannen moesten lachen en sloten zowel mij als mijn man op in twee cellen naast elkaar. Die dag werd de zaak opgeschort in de rechtszaal. We gingen naar huis en mijn ex bleef me maar vragen; ‘hey mam, jij was het niet die me sloeg met het glas’, en ik zei ‘jawel, ik was het, jij was dronken’. Hij zei me dat ik onze dochter in bescherming nam, waarop ik antwoordde ‘stel dat zij het was, wil je dan dat je kind dit allemaal moet doorstaan?’. Ze zou een slecht rapport en een strafblad hebben terwijl ze haar leven nog aan het opbouwen was. Ik bleef erbij dat ik het was geweest.

Het heeft lang geduurd voor deze zaak terug voorkwam en in die tussentijd zei mijn man me dat als ik naar hem zou luisteren als een vrouw, hij de case zou laten vallen. Ik moest luisteren in de slaapkamer.

Toen de zaak eindelijk voorkwam getuigden mijn kinderen tijdens het proces. Mijn man werd van de rechtbank naar huis gestuurd om zijn spullen op te halen en te vertrekken.

Ik had het geluk dat ik eerdere mishandelingen was gaan aangeven bij de politie en een beschermingsorder tegen hem had. Vele vrouwen die hetzelfde meemaken als ik weten niet dat er een wettelijk beschermingsmechanisme bestaat. Ik weet dat omdat ik actief ben binnen de huishoudwerkersvakbond. Ik coördineer er het genderforum. Naast gendergerelateerd geweld op de werkvloer praten we ook over partnergeweld. We leren onze leden wat ze in die gevallen moeten doen.

Tijdens één van de praatworkshops bespraken we bijvoorbeeld ook wat mij was overkomen. ’Luisteren in de slaapkamer’, je lichaam verkopen aan je man in ruil voor geld, of in mijn geval het laten vallen van een case. Dat is ook geweld.”

Anonieme getuige 5, België

“Soms krijg ik 5 kwetsende berichten op één uur”

De kinderen merken er niks van... Eénmaal heeft hij mij geduwd en dat had Remy wel gezien. Meestal sms’t David erg lelijke dingen naar mij. Choquerende dingen... Hij vindt mij dan lelijk, lomp of vet, verschrompeld als een ‘oud wijf’. Soms krijg ik er zo wel vijf op een uur. Die berichten kwetsen vaak zo erg dat ik even apart moet gaan zitten in mijn slaapkamer. Ik durf hem er niet over aan te spreken uit angst dat hij dan effectief iets gaat doen. Als hij thuis is, gaat het meestal wel goed.

Sandra Zegarra, 29 jaar, Peru

“Ik weet niet hoe ik dit verhaal moet vertellen. Als ik mijn ogen sluit beleef ik de hele situatie opnieuw.
Ik had al meer dan een jaar een relatie met hem. Eigenlijk ging het van bij het begin slecht. Na slechts enkele goede maanden, begonnen de stomme ruzies. Eén constante: het was altijd mijn schuld. Ik had hem al zo vaak vergeven dat hij me uitschold, me duwde, mijn gsm afnam om mijn berichten na te lezen, ...

Eén situatie herinner ik me nog alsof het gisteren was. We waren een weekendje weg uit Lima, mijn partner, ik en twee van zijn beste vrienden. We zaten met z’n vieren in het zwembad, en gingen nadien op straat een sigaretje roken. Iets later wilde een van zijn vrienden nog eentje gaan roken.

Hij vroeg wie met hem meewilde. Mijn lief wilde niet mee, dus ik ging met de twee vrienden buiten nog een sigaret roken.

Toen we terugkwamen zag ik het al. Zijn gezicht sprak boekdelen, ik dacht bij mezelf ‘je hebt het weer verpest Sandra.’ Ik ging snel naar onze kamer. Als hij tegen me zou beginnen te roepen, liever daar dan waar iedereen bij was. Hij kwam super lastig achter me aan, en van zodra hij binnenkwam begon hij te roepen. Dat ik een slet was, omdat ik met zijn beste vriend aanpapte. Ik begreep het niet. In zijn ogen wilde ik iets met zijn beste vriend, omdat ik 5 minuten met hem ging roken?

Hij riep, schold me uit, schudde we heen en weer en zei: we gaan naar buiten, zeg het dan maar in mijn gezicht. Ik weende en vroeg hem om alsjeblieft geen scène te maken. Hij trok me naar buiten, waar zijn 2 vrienden zaten. Hij riep tegen zijn beste vriend: ‘waarom versier je mijn griet? Wat is verdomme mis met jou?’

We wisten alledrie niet wat zeggen. Zijn vriend vroeg hem waarover hij het had, dat hij rustig moest worden, dat hij wel gek leek. En hij bleef roepen. Ik had mijn zonnebril op, zodat ze me niet zagen wenen. Hij trok de bril van mijn gezicht en riep ‘laat iedereen maar zien dat je weent omdat je een strontslet bent’.

Ik had er genoeg van. Ik ging naar de kamer om mijn spullen in te pakken. Ik wilde naar huis. Ik ging het hotel uit, hij bleef me al roepend volgen. Ik weet niet goed meer wat hij riep, maar het was de ene belediging na de andere. Hij trok mijn koffer uit mijn handen en zei: als je weggaat, is het zonder je spullen. Ik had een kleedje aan met spaghettibandjes en droeg geen bh. Hij trok mijn jurk naar beneden en zei: ‘laat iedereen maar zien wat voor hoer je bent.’

Ik was bang en bleef maar snikken, ik smeekte hem om op te houden. Toen zag hij de angst, het verdriet. Hij zag dat ik bijna niet kon ademen, dat hij me tegen de muur duwde en dat ik stond te trillen van angst.

Toen veranderde zijn gezicht. Opeens zette hij zijn ‘puppyface’ op, zoals hij altijd deed als hij me vroeg hem te vergeven. Hij zei wel 1000 keer sorry, hij vroeg me hem te vergeven, om terug mee naar binnen te gaan. ‘Ga nu zo niet weg.’ Ik keerde om en ging terug het hotel binnen. Heel de dag bleef hij sorry zeggen, tot de volgende ochtend.

Ik vergaf hem, zoals ik hem al honderden keren had vergeven. Hij had een macht over mij, zelfs nu kan ik het nog steeds niet verklaren of begrijpen. Hij kon me zo manipuleren, ik kon er niets aan doen. Ik kan nog meer zulke verhalen vertellen… Uiteindelijk bleven we 3 jaar samen. 3 jaar van pure leugens, misbruik, beledigingen. Er ontstond afstand tussen mij en mijn familie en vrienden.

Het hield pas op toen hij me 'bij het vuilnis zette.' Hij ging bij me weg voor iemand anders. Achteraf gezien kan ik daar alleen maar blij om zijn. Ik weet niet of ik ooit zelf was kunnen ontsnappen aan de macht die hij over me had. Ik heb er spijt van dat ik dit allemaal zo lang heb ondergaan. Dat ik mezelf niet liever zag, geen respect afdwong. Maar ik heb veel geleerd. Ik ben volwassener nu. Ik heb geleerd om mezelf graag te zien, meer dan ooit tevoren.”

Anonieme getuige 6, België

“Alle clichés zijn waar”

“Als iemand mij ooit met één vinger aanraakt, ben ik meteen weg!”, is één van de uitspraken die ik altijd als hardste riep. “Misbruik overkomt mij nooit!”, is iets wat je denkt als je zo sterk in je schoenen staat als ik. Maar toch overkwam het mij. Twee jaar lang ben ik fysiek en psychologisch mishandeld door mijn vriend.
Ik was 22 jaar oud, studeerde bouwkunde, had een bruisend studentenleven en kom van een hele goede familie. Mij is altijd geleerd dat je als vrouw sterk in je schoenen moet staan, moet uitkomen voor wat je denkt en niet bang moet zijn van de rest. Als ingenieursstudent kon ik dat ook heel goed: mijn mannetje staan tussen al dat testosteron. Niet het typische beeld van iemand die mishandeld is geweest. Maar het zijn meestal de sterksten die het heel goed kunnen verbergen en die denken dat ze de wereld kunnen verbeteren. Let daarom altijd op de signalen die je van jezelf krijgt: “Huh, is dit oké om tegen mij te zeggen?”, “Ik zal dit maar niet meer zeggen want straks is hij weer boos”, “Zolang de rest denkt dat wij gelukkig zijn zal dat wel zo zijn”.

Bij mij begon achteraf bekeken alles heel rustig. Mijn vriend was mijn jeugdliefde, sterke persoonlijkheid, temperament, niet heel sterk in communicatie maar lief. We kenden elkaar al lang en ik was ervan overtuigd dat hij mijn prins op het witte paard was. Praten was niet onze sterkste kant, hij nam het mij vaak kwalijk dat ik met vriendinnen wegging en niet met hem. Of dat ik op vakantie ging met vriendinnen en niet met hem. Maar als ik met hem wilde weggaan kon dat nooit, nooit tijd, altijd werken.

Toch lukte het hem om mij altijd een schuldgevoel te geven als ik bij hem was. Dit werd alleen maar erger met kreten zoals: “Je gaat waarschijnlijk toch vreemd”, “Ik ben niet goed genoeg voor u”, “Ik kan niet leven zonder u”, “Jij verdient iemand anders”… Zo creëerde hij bij mij een schuldgevoel dat voor niks nodig was maar dat er wel voor zorgde dat ik steeds meer voor hem ging doen en mijzelf stilaan ging wegcijferen. Ik kreeg de drang om aan hem te bewijzen dat zijn gedachten fout waren en dat ik helemaal van hem was. Het gevolg was echter omgekeerd, het ging van kwaad naar erger tot dat ik op een gegeven moment mijn vriendinnen niet meer zag, bang was om thuis te komen en niet wist hoe ik bij hem weg moest gaan.
De eerste keer dat hij mij aanraakte kan ik mij niet meer herinneren, dat is het gekke van het menselijke brein: als je genoeg tegen jezelf herhaalt dat het niet is gebeurd, verdwijnt het uit je geheugen. Het enige wat ik mij herinner van die eerste keer is dat hij achteraf vroeg of ik hem zou verlaten, omdat ik ooit had gezegd dat ik bij hem weg zou gaan als hij me iets aan zou doen. Dat deed ik dus niet, alle clichés zijn waar. Hij bedoelde het immers niet zo, sorry, hij kon niet anders want ik wou niet luisteren… Dan gaat het stap voor stap steeds erger totdat je op een gegeven moment op de keukenvloer ligt en hij op je armen zit met zijn handen om je hals. Het enige wat je dan denkt is: “Gaat hij wel op tijd loslaten?”.

Het gekke is dat ik toen niet doorhad wat er gebeurde. Ik besefte niet dat ik mishandeld werd. Niet fysiek, ook al bewezen de blauwe plekken anders, niet psychisch. Dit besef kwam pas achteraf als je over alles durft te praten met anderen. Als je durft toe te geven dat je eigenlijk niet het perfecte koppel bent en hij niet de prins op het witte paard is.
Mijn tip: praat over je relatie, met hem maar ook met anderen. Durf je dat niet? Stel jezelf dan de vraag: waarom niet? Wat wil jij verbergen voor anderen? Elk huisje heeft zijn kruisje, maar praten helpt!

Patricia, 38 jaar, Nicaragua

“16 jaar lang ben ik fysiek en mentaal mishandeld door mijn echtgenoot. Ik heb hulp nodig gehad om uit de cirkel van geweld te geraken, want ik was bang. Ik heb vijf kinderen en vreesde voor hun toekomst als ik iets zou ondernemen. Elk weekend kwam mijn man dronken thuis, sloeg hij me, dwong hij me onder het bed of bedreigde hij me met een machete. Ik leerde Fatima van MCN kennen op de oudervergaderingen van de school. Ze zag aan mijn lichaamshouding dat ik gebukt ging onder een zware last. Ik bleef steeds ontkennen, uit angst. Tot ik op een bepaald moment in tranen uitbarstte en mijn verhaal deed. Sindsdien neem ik deel aan workshops van MCN over geweld op vrouwen. Zo heb ik mijn waardigheid teruggevonden. De activisten van MCN hebben me steeds bijgestaan, het is door hen dat ik naar de politie ben durven stappen. Moesten zij er niet geweest zijn, bestond ik misschien niet meer.

Ik herinner me nog het moment dat ik hem ging aangeven bij de politie. Daarna liep ik weg en durfde ik niet naar huis terug te keren. Mijn dochter zei me dat ik niet hoefde te vluchten, omdat ze er voor mij zou zijn. Ook zij zag hoe ik leed en dat het beter was hem aan te geven. Dat gaf me moed om verder te gaan.

Na twee dagen opsluiting bij de politie stond hij echter terug thuis. Ik was het beu om weg te rennen en heb hem toen gezegd dat hij weg moest gaan. Nog twee dagen lang bleef hij in het huis rondhangen. Twee nachten heb ik niet geslapen uit angst dat hij me zou vermoorden. Hij beschuldigde mij dat ik hem bedroog met een andere man. De volgende dag was hij weg. Sinds toen heb ik niets meer van hem gehoord. Intussen hoorde ik dat hij overleden is.

Jarenlang heb ik gehoord van mijn partner dat ik niets waard ben, dat ik niets beteken. Het was heel normaal voor mij om me klein en nutteloos te voelen. Het duurde lang voor ik terug zelfvertrouwen had en betekenis vond.

Ik heb geen wroeging meer tegenover hem. Wat gebeurd is, is gebeurd, ik heb het een plaats kunnen geven en voel me terug sterk. Vandaag zet ik me in om andere vrouwen in gelijkaardige situaties bij te staan, opdat ook zij uit hun situatie kunnen ontsnappen door de stap te zetten hun partner aan te geven.

Ik ben nu ook strikt met mijn kinderen. Ik zeg hen dat er geen enkele reden is om je partner te mishandelen. Als je niet meer kan samenleven dan maak je een einde aan de relatie maar nooit zal ik tolereren dat ze hun partner mentaal of fysiek mishandelen. Meer zelfs, ik zal de eerste zijn om ook mijn eigen kinderen aan te geven bij de politie, als het ooit zo ver zou komen.

We hebben het recht als vrouw om ons uit te drukken en uit de schaduw te komen. We moeten losbreken uit de minderwaardige rol die vrouwen wordt toegedicht in onze maatschappij.”

Partner weg Partner anders Altijd bang Hulp zoeken Verhalen Van je partner Om iets fout te zeggen Bindingsangst bang
Partner weg Partner anders Altijd bang Hulp zoeken Verhalen Van je partner Om iets fout te zeggen Bindingsangst bang


met de steun van: